De ervaring is niet van de persoon op de foto.
De ervaring is niet van de persoon op de foto.

Kindertijd

Vanaf het moment dat er ‘moeten’ in mij leven is gekomen, dus eigenlijk vanaf het moment dat ik naar school moest, ben ik mijn onbevangenheid kwijt geraakt. Ik was vaak niet gelukkig, soms zelfs heel ongelukkig en moest veel en lang huilen. Ik wist zelf niet waarom en ook mijn ouders snapten het niet. Ik voelde me anders, onbegrepen en vreemd. Aansluiting bij andere leerlingen had ik niet. In een groep functioneren was een verschrikking. Ik vond het gek om op de wereld te zijn. Naar school gaan was een drama, ook omdat ik daar moest leren op een manier die niet bij me paste: volgens het boekje, en helemaal niet afgestemd op mij; op wie ik was en wat mij interesseerde. Als heel jong vroeg ik mezelf van alles af: Wie ben ik? Waarom ben ik op aarde? Wat heeft mijn leven voor zin? Achteraf zijn dat natuurlijk veel te diepe vragen voor ’n meisje van nog geen 8 jaar. Maar ik stelde mezelf die vragen. Een onbevangen kindertijd? Nee, die heb ik niet gehad.

Toen ik een jaar of 9 was, en mijn ouders het ook niet meer wisten, moest ik naar een psycholoog. Die mevrouw vond ik eng, en het was heel erg naar, om daar naar toe te moeten. Ik was slim genoeg om een oplossing te bedenken: ik moest daar naar toe omdat ik zoveel huilde. Dan kon ik beter stoppen met huilen, bedacht ik. En..dat werkte! Ik hoefde er niet meer heen. Alleen waren mijn problemen niet opgelost. Ik leed nu in stilte. Ik was nog eenzamer en voelde me totaal onbegrepen.

Het ging iets beter toen er op school een STER-klas kwam, waarin kinderen hun talenten mochten ontwikkelen. Ik kwam anderhalve dag per week in die klas en bloeide op. Ik ging dingen ontdekken vanuit mijn behoefte en vanuit mijn gevoel. Ik creëerde een eigen fantasiewereld, waarin ik wel thuis was. De tijd in die STER-klas, dat was een fijne periode. En toch overheersen de negatieve dingen als ik terugkijk op die tijd. Wat heb ik vaak huilend bij mijn juf op schoot gezeten, en hoe vaak ben ik niet uit de klas gegaan omdat het me allemaal teveel werd. Ik was zo vaak wanhopig en ontredderd!

Het wordt me nu steeds duidelijker dat ik mezelf zo ben gaan afwijzen. Ik wees mezelf af, omdat ik zo vaak huilde. Daarnaast was ik boos op mezelf. Onmachtig boos. Boos omdat ik was zoals ik was, en dat niet kon veranderen. Ik kreeg de diagnose Angststoornis nao en ADD, wat later werd omgezet in Asperger en depressieve stoornis.

Puberteit

Mijn Puberteit? Eén en al OVERLEVEN! Ik hoorde niet bij de klas en legde de lat zo hoog voor mezelf, uit een soort van compensatie. Ik moest zo ongeveer perfect wezen. Perfect in hoe ik moest zijn. Perfect in de dingen die ik deed. Heel veel stress kreeg ik daarvan. Wat voelde ik me slecht in die tijd. In de omgang met leeftijdsgenoten paste ik me ontzettend aan. Want: wie was ik? En: hoe moest ik me gedragen? Ik was heel ongelukkig. En voelde me doelloos en zinloos. 

Het werd steeds moeilijker om naar school te gaan. Ik hield het net aan vol, met maar 1 doel voor ogen: mijn diploma halen. Op een bepaald moment ging ik alleen nog maar voor de toetsen. Want alles was me te veel, en ik was heel vaak alleen. Door al die schoolstress werd mijn vrije tijd steeds belangrijker. Wat ik daarin deed? Ik zat hele dagen achter de PC, en verdween in mijn eigen wereld. Emoties uiten deed ik nauwelijks. Ik voelde weinig meer. Er kwam niets meer uit mijn handen. Daarbij was de wereld heel onveilig voor mij; ik wilde het liefst onzichtbaar zijn. Wanhopig probeerde ik om te overleven.

Terugkijkend was ik in die tijd heel erg depressief. Overprikkeld en oververmoeid. Radeloos en wanhopig. Een toekomstperspectief had ik niet meer. 

Therapie en Opname

Toen ik 17 jaar was, ik zat in 5 HAVO, liep ik helemaal vast. Het ging gewoon niet meer. Ik kon me niet meer ontspannen en raakte overspannen. Ik werd opgenomen op gesloten afdelingen, in verschillende instellingen. En dat gedurende 5 maanden. Ik slikte antidepressiva, slaapmedicatie, antipsychotica. Ik was er slecht aan toe: depressief, opgesloten in mezelf, gek, paranoïde, psychotisch en suïcidaal. Van al die medicijnen werd ik ontzettend moe en duf, maar ook agressief. Ik was ook boos, voelde me als proefkonijn gebruikt. En wat had ik een last van alle bijwerkingen! 

Door middel van PMT (psychomotorische therapie) en gesprekstherapie probeerden ze me weer op de been te krijgen. De gesprekstherapieën gaven me in ieder geval houvast. Ik hoopte daar de sleutel te vinden die tot verandering zou leiden. Maar dat gebeurde niet; het was meer een soort stoom afblazen. Van al dat praten werd ik echter nóg drukker en onrustiger in mijn hoofd. Mijn gevoel was nog steeds afgesloten. En het praten hielp niet ik ging me niet beter voelen. Daarbij hield de therapeut duidelijk afstand. En op het moment dat ik dan geraakt was, vroeg ze niet door. Daardoor kon ik de confrontatie met mijn gevoel makkelijk vermijden. Ik kwam geen steek verder. Daar werd ik ontzettend moedeloos van. Voor mij was zeker: ik ben niet meer te redden!! Ik wilde dood zijn.

Mirre

Via via ben ik bij Mirre gekomen. Toen ik het besluit had genomen om daar in therapie te gaan, nam ik direct een ander besluit: “Ik wil me weer goed gaan voelen!!!” Dat was een belangrijke beslissing. Want ik wilde geen hopeloos geval zijn. De eerste keren vond ik het zo moeilijk en zo spannend om naar Mirre toe te gaan. En ik vind het nog steeds niet makkelijk, hoor! Maar ik leer er zulke goeie dingen. Wat zoal?

  • Ik ervaar dat het belangrijk is om weer te leren voelen, en om mijn gevoelens te uiten.
  • Ik kom daar tot mezelf.
  • Ik durf de controle, die ik altijd probeer te houden, al ’n beetje los te laten
  • Ik zie daar hoe de wereld eigenlijk zou moeten zijn, hoe we met elkaar om zouden moeten gaan.
  • Ik ontdek dat het niet uiten, het overleven mij zo ontzettend ongelukkig heeft gemaakt

De therapeuten bij Mirre vind ik heel kundig. Wat me opvalt, is dat ze niet bang zijn voor emoties en gevoelens. Ze stimuleren mij juist om de diepte in te gaan. Daarbij staan ze niet boven mij, maar naast me: er is gelijkwaardigheid. 

Het gaat op dit moment al ‘n heel stuk beter met mij! Er is nog veel onzeker, want mijn opleiding staat stil en mijn toekomst is nog onduidelijk. Maar het vertrouwen groeit, dat ik mijn weg zal gaan vinden in deze wereld. Ik ben weer blij dat ik leef!!

NB: Mijn ouders zien dat ik weer open, meer toegankelijk en vrolijker ben. Het contact met mijn ouders verbetert langzaam, er ontstaat weer een relatie. Mijn broer voelt dat ik er beter aan toe ben. Ze zijn allemaal opgelucht en blij met deze verandering.